Laden...
Nieuws2018-05-01T14:11:38+00:00

Nieuws

Houd deze pagina in de gaten voor het laatste nieuws en onze inloopspreekuren.

Schorsing werknemer geen onregelmatige opzegging

Een werkgever schorste een werkneemster, die werkzaam was op basis van een jaarcontract. Het salaris en de verdere emolumenten werden gewoon doorbetaald. De werkgever deelde mee dat het jaarcontract niet zou worden verlengd.

De werkneemster startte een procedure bij de kantonrechter, waarin verzocht werd om een billijke vergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging. Kern van het geschil was of de schorsing van de werkneemster, met vrijstelling van werkzaamheden en doorbetaling van salaris, in feite neerkwam op een onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst.

De kantonrechter maakte duidelijk dat onderscheid gemaakt moet worden tussen opzegging van de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang en opzegging met inachtneming van een opzegtermijn. De werkneemster maakte bij de onderbouwing van haar verzoek geen duidelijk onderscheid tussen deze twee alternatieven. De kantonrechter behandelde eerst de vraag of de arbeidsovereenkomst is opgezegd.

Opzegging door de werkgever is een eenzijdige wilsuiting, gericht op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, die de werknemer moet hebben bereikt. De opzegging is vormvrij.

In een brief van de werkgever aan de werkneemster stond dat haar was medegedeeld dat het dienstverband zou aflopen met het jaarcontract. Uitdrukkelijk stond in de brief dat de werkneemster niet werd ontslagen. Naar het oordeel van de kantonrechter is deze brief geen opzegging van de arbeidsovereenkomst. Daarmee verviel de grond van het verzoek van de werkneemster.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft werkgever zich aan de eisen van goed werkgeverschap gehouden door vroegtijdig aan de werkneemster mee te delen dat haar arbeidsovereenkomst niet zou worden verlengd, door haar vrij te stellen van werkzaamheden en door haar loon tot het einde van de arbeidsovereenkomst door te betalen.

Bron: Rechtbank | jurisprudentie | ECLINLRBDHA20193689, 7415057 RP VERZ 18-50685 | 18-07-2019
juli 18th, 2019|

Commissie belastingheffing multinationals

De staatssecretaris van Financiën heeft een commissie ingesteld die moet adviseren over maatregelen voor een eerlijke belastingheffing over winsten van multinationals. De commissie moet nog dit jaar met concrete plannen komen. De Tweede Kamer heeft onlangs in een motie opgeroepen een dergelijke commissie in het leven te roepen.

Omdat de invulling van het begrip eerlijke belastingheffing afhankelijk is van iemands politieke achtergrond of kleur, geeft de staatssecretaris de commissie als opdracht mee om maatregelen te inventariseren die leiden tot een grondslagverbreding van de vennootschapsbelasting. Daarbij mag het belang van het behoud van hoofdkantooractiviteiten in Nederland niet uit het oog worden verloren. Op basis van de inventarisatie van de commissie kunnen vervolgens politieke keuzes gemaakt worden.

Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | 2019-0000104322 | 18-07-2019
juli 18th, 2019|

Wetsvoorstel implementatie ATAD2

De staatssecretaris van Financiën heeft het wetsvoorstel ATAD2 naar de Tweede Kamer gestuurd. Het wetsvoorstel dient ter implementatie van de tweede Anti Tax Avoidance Directive (tweede antibelastingontwijkingsrichtlijn) van de Raad van de EU. Het wetsvoorstel moet een einde maken aan belastingontwijking door het gebruik van structuren die zijn gericht op verschillen in belastingstelsels van landen, de zogenaamde hybride mismatches. Deze mismatches bestaan eruit dat een betaling in het ene land aftrekbaar is maar de ontvangst nergens wordt belast, of dat één betaling meerdere malen aftrekbaar is. De maatregelen worden opgenomen in de Wet op de vennootschapsbelasting. Het is de bedoeling dat de maatregelen in het wetsvoorstel per 1 januari 2020 in werking treden. Dat gebeurt ook in andere Europese landen.

Correctie van aftrek zonder betrekking in de heffing

Op grond van het wetsvoorstel wordt de aftrek van een betaling, die bij de ontvangende partij niet in de heffing wordt betrokken, geweigerd. Als dat niet kan omdat de betaler niet in een EU-lidstaat is gevestigd, dan wordt de betaling bij de ontvanger in de heffing betrokken.

Correctie van dubbele aftrek

Bij een dubbele aftrek wordt de aftrek toegestaan in de staat waar de betaler is gevestigd en in de andere betrokken staat geweigerd. Als deze staat de aftrek toch toestaat, dan weigert de staat waar de betaler is gevestigd alsnog de aftrek van de betaling.

Dubbele belastingheffing

Het is niet de bedoeling van dit wetsvoorstel dat hierdoor dubbele belastingheffing ontstaat. De richtlijn schrijft voor in welke volgorde in principe de correctiemaatregelen worden genomen. Verder is een maatregel slechts van toepassing voor zover een betaling leidt tot een hybride mismatch.

De maatregelen zijn alleen van toepassing op mismatches in gelieerde verhoudingen of wanneer sprake is van een gestructureerde regeling. Dat laatste is het geval indien de voordelen die uit de hybride mismatch voortvloeien in de voorwaarden van de regeling zijn verwerkt of als de regeling zodanig is opgezet dat er een hybride mismatch uit voortvloeit.

De maatregelen in dit wetsvoorstel hebben betrekking op hybride mismatches door een verschil in de fiscale kwalificatie van lichamen, instrumenten, vaste inrichtingen of vestigingsplaatsen tussen verschillende belastingstelsels als gevolg waarvan een fiscaal voordeel ontstaat. De maatregelen zijn niet bedoeld om andere dan hybride mismatches aan te pakken.

Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 18-07-2019
juli 18th, 2019|

Diplomatieke vrijstelling geldt ook voor parkeerbelasting

Het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer kent een vrijstelling van alle belastingen en rechten, zowel persoonlijke als zakelijke. De vrijstelling geldt voor diplomatieke ambtenaren en betreft landelijke, gewestelijke en gemeentelijke belastingen. Er geldt een uitzondering op de vrijstelling voor heffingen wegens bepaalde verleende diensten.

Volgens Hof Den Haag betekent dit dat een diplomaat is vrijgesteld van parkeerbelasting. Dat is een gemeentelijke belasting die niet kan worden aangemerkt als een heffing voor verleende diensten. Zowel uit de tekst van de wettelijke bepalingen als uit de Memorie van Toelichting bij de wetswijziging blijkt dat de parkeerbelasting een belasting is en geen heffing wegens verleende diensten, zoals gemeentelijke leges. Voor dat oordeel vindt het hof niet belang dat de parkeerbelasting niet alleen voor de financiering van overheidsuitgaven maar ook ten behoeve van de parkeerregulering wordt geheven.

Bron: Hof Den Haag | jurisprudentie | ECLINLGHDHA20191436, BK-18/00814 | 11-07-2019
juli 11th, 2019|

Forfaits in het belastingstelsel

De Algemene Rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar het gebruik van forfaitaire regelingen in het belastingstelsel. Forfaits worden gebruikt om de werkelijkheid op een eenvoudige en doelmatige wijze te benaderen. In het rapport van de Rekenkamer wordt vermeld wanneer de forfaits voor het laatst zijn bijgesteld en wat het budgettaire belang is. In zijn reactie op het rapport geeft de staatssecretaris van Financiën aan, dat in een aantal gevallen het budgettaire belang alleen weergeeft welke bedragen worden geïnd of gederfd, maar dat het werkelijke voordeel of nadeel voor de staat niet is vermeld.

Een belangrijke bevinding is dat forfaits niet periodiek worden geëvalueerd en geactualiseerd. De staatssecretaris vindt vooral het actualiseren van forfaits van belang. Evaluatie is niet altijd nodig of mogelijk. De staatssecretaris merkt op dat het niet hanteren van een forfait ook een beleidskeuze is, die in het licht van efficiëntie en effectiviteit ter discussie kan worden gesteld. Forfaitaire regelingen die als belastingverminderende fiscale regeling in de Miljoenennota terugkomen worden periodiek geëvalueerd. In voorkomende gevallen kunnen aanvullende evaluaties worden gedaan van bepaalde forfaits.

De staatssecretaris laat onderzoeken welke forfaits voor actualisatie in aanmerking komen. In het eerste kwartaal van 2020 zal hij de Tweede Kamer informeren over de uitkomsten van dit onderzoek.

Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | AFP/2019-0000086669 | 11-07-2019
juli 11th, 2019|

Commissaris geen btw-ondernemer

Tot 1 januari 2013 werd een lid van een Raad van Commissarissen voor heffing van omzetbelasting niet aangemerkt als belastingplichtige. Het besluit waarin dat was geregeld is per die datum ingetrokken. Sinds 1 januari 2013 geldt dat een lid van een Raad van Commissarissen, die voor zijn werkzaamheden een vergoeding ontvangt, als btw-ondernemer wordt aangemerkt.

Hof Den Bosch heeft aan het Hof van Justitie EU de vraag voorgelegd of een commissaris als ondernemer voor de omzetbelasting moet worden aangemerkt. De vraag spitst zich toe op het zelfstandig uitoefenen van de activiteit. Het hof ziet enerzijds elementen die wijzen op een vorm van ondergeschiktheid en anderzijds elementen die wijzen op zelfstandigheid. De commissaris was niet werkzaam in dienstbetrekking maar op basis van een overeenkomst van opdracht.

Het Hof van Justitie EU merkt op dat er geen hiërarchische ondergeschiktheid van een lid van de raad van commissarissen is ten opzichte van het bestuursorgaan of van de Raad van Commissarissen. Bepalend vindt het Hof van Justitie EU dat een lid van de raad van commissarissen niet in eigen naam, voor eigen rekening of onder eigen verantwoordelijkheid werkt. Daar komt bij dat een commissaris in de voorgelegde casus geen enkel economisch bedrijfsrisico draagt. De vaste vergoeding van een commissaris was niet afhankelijk van deelname aan vergaderingen of van de feitelijk gewerkte uren. De commissaris oefende daarom niet zelfstandig een economische activiteit uit en is dus geen ondernemer.

Bron: Hof van Justitie EU | jurisprudentie | ECLI:EU:C:2019:490, C 420/18 | 11-07-2019
juli 11th, 2019|

JA, IK WIL ONLINE BOEKHOUDEN ZONDER GEDOE!


[recaptcha theme:light]