Laden...
Nieuws2018-05-01T14:11:38+00:00

Nieuws

Houd deze pagina in de gaten voor het laatste nieuws en onze inloopspreekuren.

Problemen met loonkostenvoordeel na stage

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft Kamervragen over problemen met het niet toekennen van het loonkostenvoordeel na een stage beantwoord. De minister maakt duidelijk dat de regeling is bedoeld om mensen met afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk te krijgen. Middelen als proefplaatsing en stage kunnen daaraan bijdragen. Geeft een werkgever de stagiair een reële beloning, dan is sprake van een dienstbetrekking. Geeft de werkgever een stagevergoeding, dan is sprake van een fictieve dienstbetrekking. Zowel bij een fictieve als bij een reguliere dienstbetrekking komt de werkgever in aanmerking voor het loonkostenvoordeel als de werknemer voldoet aan de voorwaarden.

Een van de voorwaarden is dat de werknemer over een doelgroepverklaring beschikt. De aanvraag hiervoor moet binnen drie maanden na aanvang van de dienstbetrekking worden gedaan. Gebeurt dat niet dan wordt geen doelgroepverklaring afgegeven en heeft de werkgever geen recht op het loonkostenvoordeel. Probleem bij het aanbieden van een dienstverband na een stage is dat de periode van betaalde stage meetelt. Werkgevers doen er goed aan om de doelgroepverklaring aan te vragen op het moment dat stagiaires in de loonadministratie worden opgenomen. De minister laat onderzoeken of bij wijze van uitzondering mogelijk is dat werknemers uit de doelgroep die direct aansluitend aan een betaalde stage in 2018 een arbeidscontract zijn aangegaan met dezelfde werkgever alsnog een doelgroepverklaring kunnen aanvragen voor de stageperiode en voor de periode van het arbeidscontract. Bij een onbetaalde stage doet dit probleem zich niet voor, omdat dan geen sprake is van een fictieve dienstbetrekking.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | publicatie | 2018-0000096202 | 19-07-2018
juli 19th, 2018|

Tweede Kamer neemt compensatieregeling transitievergoeding aan

De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel dat werkgevers vanaf 2020 compenseert voor de transitievergoeding bij ontslag van langdurig zieke werknemers aangenomen. Werknemers hebben bij ontslag op initiatief van de werkgever recht op een transitievergoeding wanneer de dienstbetrekking twee jaar of langer heeft geduurd. Dat geldt ook voor ontslag van een langdurig zieke werknemer na afloop van de periode waarin de werkgever tot loondoorbetaling verplicht is. Werkgevers ervaren dat als onredelijk en kiezen er daarom vaak voor om niet tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst over te gaan. Het door de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel moet het ongenoegen van werkgevers wegnemen. De compensatie voor de transitievergoeding komt uit het Algemeen werkloosheidsfonds en wordt gefinancierd door een verhoging van de uniforme Awf-premie.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken | wetsvoorstel | 19-07-2018
juli 19th, 2018|

Geen aftrek voorbelasting als niet is geleverd

Ondernemers moeten omzetbelasting berekenen over de vergoeding die zij aan hun afnemers in rekening brengen voor de levering van goederen of het verrichten van diensten. De btw-richtlijn omschrijft de levering van een goed als de overdracht of overgang van de macht om als een eigenaar over een lichamelijke zaak te beschikken. De belasting is verschuldigd op het tijdstip waarop de levering plaatsvindt. Op dat moment ontstaat bij de afnemer het recht op aftrek van de door hem betaalde omzetbelasting. Het recht op aftrek van voorbelasting is beperkt tot de mate waarin de afgenomen goederen en diensten worden gebruikt voor belaste handelingen door de afnemer.

Het Hof van Justitie EU heeft onlangs de vraag beantwoord of het recht op aftrek van voorbelasting mag worden geweigerd omdat de gefactureerde goederen niet zijn geleverd aan de ondernemer aan wie de factuur is gericht. De verwijzende rechter wilde met name weten of voor het weigeren van aftrek nodig is om aan te tonen dat de ondernemer wist of had moeten weten dat het ging om btw-fraude. Volgens het Hof van Justitie EU is in het btw-stelsel het recht op aftrek gekoppeld aan de daadwerkelijke levering van een goed of de daadwerkelijke verrichting van een dienst. Het is uitgesloten dat er enig recht op aftrek ontstaat wanneer er geen daadwerkelijke levering of dienstverrichting plaatsvindt. Eerder heeft het Hof van Justitie EU al uitgelegd dat er geen recht op aftrek is voor belasting die uitsluitend is verschuldigd omdat zij wordt vermeld op een factuur. Het Hof van Justitie EU merkt nog op, dat degene die voorbelasting wenst af te trekken moet aantonen dat aan de voorwaarden voor aftrek is voldaan.

Bron: Hof van Justitie EU | jurisprudentie | C 459/17 en C 460/17, ECLI:EU:C:2018:501 | 19-07-2018
juli 19th, 2018|

Nationaal sportakkoord

De minister van Sport heeft een akkoord gesloten met de sport, gemeenten en maatschappelijke organisaties en bedrijven. Dit nationale sportakkoord houdt onder meer in dat er ruim 700 extra buurtsportcoaches komen en dat de onbelaste vrijwilligersvergoeding omhooggaat van € 1.500 naar € 1.700 per jaar. Verder komt er een bedrag van € 87 miljoen beschikbaar aan subsidie voor sportverenigingen die investeren in accommodaties en voor beweegprogramma’s voor kinderen onder de zes jaar. Alle bij het sportakkoord betrokken partijen betalen mee om de ambities te realiseren.

Het nationaal sportakkoord bestaat uit vijf deelakkoorden, die gesloten zijn door veel verschillende partijen. Het gaat om de volgende akkoorden:

  1. inclusief sport en bewegen;
  2. van jongs af aan vaardig in bewegen;
  3. duurzame sportinfrastructuur;
  4. vitale aanbieders;
  5. positieve sportcultuur.
Bron: Overig | publicatie | 19-07-2018
juli 19th, 2018|

Alternatieven btw-identificatienummer

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft onderzoek gedaan naar het gebruik van het burgerservicenummer (BSN) in het btw-identificatienummer. Volgens de AP heeft het gebruik van het BSN in het btw-identificatienummer geen wettelijke grondslag. Het BSN is een vertrouwelijk persoonsnummer voor communicatie tussen overheid en burger. Het gebruik van het BSN als btw-identificatienummer is niet noodzakelijk voor de uitvoering van de taak van de Belastingdienst. Voor de registratie van een btw-ondernemer kan een nummer worden gebruikt dat niet op het BSN is gebaseerd.

Naar aanleiding van het onderzoek van de AP deelt de staatssecretaris van Financiën mee dat hij op zoek gaat naar een haalbaar alternatief. Een mogelijkheid kan zijn dat bestaande en nieuwe ondernemers/natuurlijke personen een nieuw btw-identificatienummer krijgen voor extern gebruik. Dat nummer wordt dan gebruikt in alle uitingen aan derden waarin vermelding van een btw-nummer verplicht is en in contacten met de Belastingdienst. De Belastingdienst gebruikt het nieuwe nummer in deze optiek in berichten aan de ondernemer waarin vermelding van het btw-identificatienummer vereist is en die de ondernemer moet delen met derden.

Binnen de systemen van de Belastingdienst blijft het op het BSN-gebaseerde nummer van de ondernemer in gebruik. Om dit te realiseren moet er een conversieservice worden gebouwd, die het nieuwe nummer bij inkomend verkeer omzet naar het oude nummer en bij uitgaand verkeer andersom. Of dit haalbaar en werkbaar is, wordt momenteel onderzocht. De nieuwe nummersystematiek zal niet voor de door de AP genoemde datum van 1 januari 2019 gerealiseerd kunnen worden.

Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | 2018-0000122631 | 19-07-2018
juli 19th, 2018|

Opbrengst verhuur tuinhuis niet belast

Voor de heffing van de inkomstenbelasting worden de voordelen uit eigen woning gesteld op een forfaitair bedrag. Wordt de eigen woning tijdelijk aan derden ter beschikking gesteld, dan moet 70% van de daarmee behaalde opbrengst bij de voordelen worden geteld.

De vraag in een procedure voor de rechtbank was of dat ook geldt voor de opbrengst van de verhuur van een tuinhuis. Een tuinhuis is een zogenaamde aanhorigheid van de eigen woning en maakt daarmee deel uit van de eigen woning. De vraag is dus of ook bij de verhuur van een deel van de eigen woning 70% van de opbrengst bij het inkomen moet worden geteld. Volgens de rechtbank gaat de tekst van de wet uit van tijdelijke verhuur van de gehele woning. Dat volgt ook uit de parlementaire toelichting bij het betreffende wetsartikel. Tijdelijke verhuur van een gedeelte van de eigen woning is bij de parlementaire behandeling niet aan de orde geweest.

Bron: Rechtbank | jurisprudentie | ECLINLRBNHO20184343, HAA 17/4535 | 12-07-2018
juli 12th, 2018|

JA, IK WIL ONLINE BOEKHOUDEN ZONDER GEDOE!


    Go to Top