Nieuws
Houd deze pagina in de gaten voor het laatste nieuws en onze inloopspreekuren.
Urencriterium 2021
Ondernemers hebben recht op verschillende ondernemersfaciliteiten als zij voldoen aan het urencriterium. Dit betekent dat een ondernemer ten minste 1.225 uren en de helft van zijn arbeidstijd per kalenderjaar moet besteden aan zijn onderneming. Voor het jaar 2020 gold een versoepeling van het urencriterium. Deze versoepeling geldt ook voor het eerste halfjaar van 2021. Ondernemers worden in deze periode geacht ten minste 24 uren per week aan hun onderneming te hebben besteed. In het geval van ondernemers, die de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid claimen, gaat het om ten minste 16 uren per week.
Voor ondernemers, die seizoengebonden werkzaamheden verrichten, geldt dat zij in het eerste halfjaar geacht worden het aantal uren te hebben besteed dat zij in andere jaren besteedden aan hun onderneming. Aan de hand van de urenadministratie van 2019 kan een ondernemer beoordelen of hij in het eerste halfjaar van 2021 aan het urencriterium voldoet.
Overige maatregelen coronacrisis
Evenementensector
Voor de evenementensector wordt een garantieregeling uitgewerkt, zodat evenementen naar verwachting vanaf 1 juli 2021 georganiseerd kunnen worden. Voor deze regeling is voor 2021 minimaal € 300 miljoen gereserveerd. De regeling wordt op korte termijn verder uitgewerkt.
Herkapitalisatiefonds
Vanwege de coronacrisis is de kans groter dat (middel)grote bedrijven met solvabiliteitsproblemen worden geconfronteerd. VNO-NCW heeft het initiatief genomen om een investeringsfonds op te richten dat Nederlandse (middel)grote bedrijven kan herkapitaliseren. Het kabinet staat positief tegenover deelname van de Staat in het fondskapitaal. Er is nog geen uitgewerkt voorstel voor dit fonds.
Sport
De bestaande steunmaatregelen voor de sportsector worden verlengd tot en met 30 juni 2021. Het gaat om de Tegemoetkoming Amateursportorganisaties, de Tegemoetkoming Verhuurders Sportaccommodaties en de Specifieke Uitkering voor ijsbanen en zwembaden. Voor dit pakket aan maatregelen is in totaal € 240 miljoen beschikbaar.
Onderwijs
De regeling, waarmee studenten in het mbo, hbo en wo een tegemoetkoming krijgen voor de studievertraging, wordt tot het einde van het studiejaar 2020/2021 verlengd. Studenten, die tussen februari 2021 en eind augustus 2021 hun diploma halen, krijgen ook een tegemoetkoming.
Steunmaatregelen mobiliteitscluster – maakindustrie
Er komt een subsidieregeling om R&D-investeringen voor bedrijven in de sectoren automotive, luchtvaart en maritiem te stimuleren. De subsidie is bedoeld voor projecten die op korte termijn kunnen starten met een looptijd van drie tot vier jaar.
Coronamaatregelen particulieren
Betaalpauze hypotheek
De goedkeuring betreffende het behoud van het recht op hypotheekrenteaftrek voor huizenbezitters die van hun hypotheekverstrekker een betaalpauze hebben gekregen, is verlengd tot en met 30 juni 2021.
Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)
De Tijdelijke Ondersteuning voor Noodzakelijke Kosten (TONK) is bedoeld voor huishoudens die door de huidige omstandigheden te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen, en die daardoor noodzakelijke kosten niet meer kunnen voldoen en waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende soelaas bieden. TONK gaat met terugwerkende kracht gelden van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021. De regeling kent de volgende contouren:
- De focus ligt op woonkosten. Dat wil niet zeggen dat vergoeding voor andere noodzakelijke kosten niet mogelijk is.
- Bij aanvragen wordt gekeken of sprake is van onvoorziene en onvermijdelijke terugval in het inkomen en naar draagkracht. Vermogen, dat vast zit in de eigen woning en pensioenen wordt buiten beschouwing gelaten. Over een vrijstellingsgrens wordt nog gesproken.
- De middelen voor TONK worden in twee tranches via het gemeentefonds beschikbaar gesteld.
- De verwachting is dat vanaf 1 maart 2021 gemeenten hun TONK-loketten zullen openen.
Gemeenten kunnen vanwege hun eigen beleidsruimte afwijken van deze contouren.
Verlenging versoepeld uitstelbeleid belastingschulden
Het tijdelijk versoepelde uitstelbeleid voor belastingen houdt in dat ondernemers op verzoek automatisch drie maanden uitstel van betaling krijgen voor belastingschulden. Langer uitstel van betaling is mogelijk als de ondernemer aan bepaalde voorwaarden voldoet. Deze regeling is verlengd tot 1 juli 2021. Tot die datum kunnen ondernemers uitstel of verlenging van verleend uitstel aanvragen. Zowel het uitstel als de verlenging lopen op 1 juli af. Ondernemers, die na het automatisch verleende uitstel van drie maanden niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen maar niet om verlenging vragen, lopen zij het risico om uitgesloten te worden voor de betalingsregeling waarin zij hun schuld in 36 maanden kunnen aflossen. Voor ondernemers, die eerder dit jaar verlenging hebben gekregen, geldt het uitstel nu automatisch tot 1 juli 2021. De datum waarop ondernemers moeten starten met terugbetalen is verschoven van 1 juli naar 1 oktober 2021. De aflossing moet binnen 36 maanden gedaan worden.
Coronamaatregelen omzetbelasting
In verband met de coronacrisis gelden in de omzetbelasting enkele afwijkende regelingen. De toepassing van het btw-nultarief op de levering van mondkapjes, COVID-19-vaccins en -testkits en op de uitleen van zorgpersoneel is verlengd tot 1 juli 2021. Het toepassen van het verlaagde btw-tarief op de sportlessen, die sportscholen online aanbieden, loopt door totdat de verplichte sluiting van sportscholen wordt opgeheven.
Auto als verplicht privévermogen
Ondernemers hebben in beginsel de keuze om zaken die zij voor hun onderneming gebruiken tot het ondernemingsvermogen of tot het privévermogen te rekenen. De keuzevrijheid van de ondernemer wordt beperkt door de grenzen van de redelijkheid. Van overschrijding van de redelijkheid is sprake als het vermogensbestanddeel voor 90% of meer uitsluitend voor de onderneming dan wel privé wordt gebruikt. Dit betekent dat een vermogensbestanddeel verplicht privévermogen vormt als het voor minder dan 10% zakelijk wordt gebruikt.
Het autokostenforfait voorziet in een onttrekking aan het ondernemingsvermogen voor het genoten voordeel van het privégebruik van een auto van de zaak. Daarvan is geen sprake als de auto tot het privévermogen behoort. De Hoge Raad heeft in een arrest uit 2001 de grens voor een personenauto gelegd bij een privégebruik van minder dan 1.000 kilometer per jaar. In een dergelijk geval vormt de auto verplicht ondernemingsvermogen. Destijds was een privégebruik van 1.000 kilometer of meer per jaar het criterium voor toepassing van het autokostenforfait. Omdat de grens voor toepassing van het autokostenforfait tegenwoordig op 500 kilometer per jaar ligt, mag een ondernemer volgens Hof Arnhem-Leeuwarden een auto tot zijn privévermogen rekenen als hij daarmee in een jaar 500 kilometer of meer privé heeft gereden. Dit criterium kan volgens het hof niet in de omgekeerde situatie worden gehanteerd. Bij beperkt zakelijk gebruik geldt de hoofdregel van ten minste 10% zakelijk gebruik om de auto tot het ondernemingsvermogen te mogen rekenen. Wordt die grens niet gehaald, dan vormt de auto verplicht privévermogen.





